• A
  • A
  • A
  • A
  • A
  • ZWART op GEEL
  • WIT op BLAUW
  • WIT op ZWART
  • normale kleuren

Doofblindheid

 

Doofblinde mensen zijn mensen die zowel een auditieve als een visuele handicap hebben. Het is een verzamelnaam voor alle varianten in de combinatie slechtziendheid/blindheid en slechthorendheid/doofheid. De meeste doofblinden zijn niet zowel volledig doof als volledig blind, maar hebben nog enig restgehoor en/of enige restvisus.

Doofblinden komen in principe dezelfde beperkingen tegen als slechthorenden/doven en slechtzienden/blinden. Zo zijn doofblinde mensen beperkt in hun communicatie met andere mensen, in hun mobiliteit, in het ondernemen van activiteiten en het ontvangen van informatie. Maar door de dubbele handicap zijn de beperkingen (vaak) groter en ook lastiger op te lossen.

Doofblindheid kan allerlei verschillende oorzaken hebben, en kan op elk willekeurig moment in het leven ontstaan. Het kan een genetische achtergrond hebben, zoals met veel syndromen het geval is. De oorzaak is dan vanaf de geboorte aanwezig en kan direct bij de geboorte, maar soms ook pas in de loop van het leven tot uiting komen. Doofblindheid kan ook het gevolg zijn van een trauma, ziekte of door een toevallig samenkomen van twee losstaande oorzaken. Aangeboren doofblindheid is meestal een onderdeel van een syndroom.

Voorbeelden hiervan zijn congenitale rubellasyndroom (rode hond bij de zwangere moeder) en CHARGE-associatie. Maar ook te vroeg geboren kinderen kunnen doofblind worden. Vroeg verworven doofblindheid onstaat op jeugdige of jong-volwassen leeftijd en kan erfelijk bepaald zijn, zoals het Syndroom van Usher en het syndroom van Von Recklinghausen. Maar het kan ook ontstaan door een trauma of ziekte, zoals bijv. hersenvliesontsteking.

Ouderdomsdoofblindheid is doofblindheid die alleen door de (hoge) leeftijd verklaard kan worden. Bij veel mensen gaat in de loop van het leven het gehoor en het gezichtsvermogen langzaam achteruit. Bij sommige mensen gebeurt dat beide in die mate dat de persoon doofblind wordt. Maar ook dove ouderen en blinde ouderen hebben last van deze ouderdomskwalen, en lopen dus een verhoogd risico om langzaam doofblind te worden.