• A
  • A
  • A
  • A
  • A
  • ZWART op GEEL
  • WIT op BLAUW
  • WIT op ZWART
  • normale kleuren

Lorm-alfabet

 

Het Lorm-alfabet lijkt een beetje op braille en wordt dan ook met name door doofblinden gebruikt, die blind geboren en later slechthorend/doof geworden zijn. Deze mensen hebben geen ervaring met gebaren en vingerspellen, maar juist wel veel ervaring met Nederlands en braille.

 

A: 1 tik met vinger op duimtop.
  B: 1 streek op wijsvinger van boven naar beneden.
  C: 1 tik midden op pols
  D: 1 streek op middelvinger van boven naar beneden.
A: 1 tik met vinger op duimtop.   B: 1 streek op wijsvinger van boven naar beneden.   C: 1 tik midden op pols   D: 1 streek op middelvinger van boven naar beneden.
 
E: 1 tik met vinger op wijsvingertop.
  F: wijsvinger en middelvinger met duim en wijsvinger tegen elkaar drukken
  G: 1 streek op ringvinger van boven naar beneden.
  H: 1 streek op de pink van boven naar beneden.
E: 1 tik met vinger op wijsvingertop.   F: wijsvinger en middelvinger met duim en wijsvinger tegen elkaar drukken   G: 1 streek op ringvinger van boven naar beneden.   H: 1 streek op de pink van boven naar beneden.
 
I: 1 tik met vinger op middelvingertop.
  J: met duim en wijsvinger top middelvinger knijpen.
  K: 4 vingertoppen in handpalm plaatsen.
  L: streek op middelvingertop tot palm van boven naar beneden.
I: 1 tik met vinger op middelvingertop.   J: met duim en wijsvinger top middelvinger knijpen.   K: 4 vingertoppen in handpalm plaatsen.   L: streek op middelvingertop tot palm van boven naar beneden.
M: wijsvinger op handpalm onder pink plaatsen.
  N: wijsvinger op handpalm onder wijsvinger plaatsen.
  afb: O
  afb: P
M: wijsvinger op handpalm onder pink plaatsen.   N: wijsvinger op handpalm onder wijsvinger plaatsen.   O: 1 tik met vinger op ringvingertop.   P: streek langs wijsvinger van beneden naar boven.
 
Q: streek langs pink van beneden naar boven.
  R: met 5 vingertoppen in handpalm trommelen.
  S: cirkel draaien tegen de klok in met vinger in handpalm.
  T: Streek met vinger langs duim van boven naar beneden.
Q: streek langs pink van beneden naar boven.   R: met 5 vingertoppen in handpalm trommelen.   S: cirkel draaien tegen de klok in met vinger in handpalm.   T: Streek met vinger langs duim van boven naar beneden.
U: 1 tik met vinger op pinktop.
  V: 1 tik met vinger onder duim.
  W: 2 maal tikken met vinger onder duim.
  X: streek met vinger langs pols van duim naar pink.
U: 1 tik met vinger op pinktop.   V: 1 tik met vinger onder duim.   W: 2 maal tikken met vinger onder duim.   X: streek met vinger langs pols van duim naar pink.
 
Y: streek met vinger over 4 vingers van wijsvinger naar pink.
  Z: diagonale streek over handpalm van onderkant duim naar onderkant pink.
  CH: met vinger kruis maken in handpalm
  ST: streek langs buitenkant duim van beneden naar boven.
Y: streek met vinger over 4 vingers van wijsvinger naar pink.   Z: diagonale streek over handpalm van onderkant duim naar onderkant pink.   CH: met vinger kruis maken in handpalm   ST: streek langs buitenkant duim van beneden naar boven.
Eindewoord: met hand over hand strijken.
 
Eindewoord: met hand over hand strijken.