• A
  • A
  • A
  • A
  • A
  • ZWART op GEEL
  • WIT op BLAUW
  • WIT op ZWART
  • normale kleuren

Omgang

 

In de omgang met doofblinde personen worden vooral de ethische aspecten besproken. Wat wordt verwacht van een begeleider of als een doofblinde persoon in de buurt is. Hierbij is natuurlijk van belang dat de doofblinde persoon ook deze ethische aspecten in acht dient te nemen. Het gehoor en het gezichtsvermogen zijn onze belangrijkste afstands- en oriƫntatiezintuigen. Het gezichtsvermogen is een belangrijke informatiebron. In het bijzijn van een doofblinde persoon "leent" men zijn ogen en oren aan de doofblinde persoon. Men is verantwoordelijk voor het doorgeven van informatie, het aangeven van (eventuele) gevaren en (eventueel) het ondersteunen van de doofblinde persoon in de communicatie.

Vertrouwen en het bieden van veiligheid zijn twee belangrijke aspecten, een doofblinde persoon is geheel of gedeeltelijk afhankelijk van deze twee aspecten. Als iemand een goede band met een doofblinde persoon heeft opgebouwd kan er vertrouwen ontstaan en is men op de hoogte van de wensen en behoefte van de doofblinde persoon. Toch kan het zo zijn dat de doofblinde persoon een ogenschijnlijk onhandige actie onderneemt, of een verkeerde keus maakt, ook dan is het belangrijk dat dat gerespecteerd wordt, omdat de doofblinde persoon, net als ieder ander, het recht heeft om beslissingen te nemen. Als er een goede communicatie is en de doofblinde persoon zijn of haar begeleider elkaar vertrouwt heeft deze ook een veilig gevoel en is er duidelijk aan beide zijden. Door het verlies aan gezichtsvermogen kan een doofblinde persoon zich makkelijk stoten aan een stoel, een tafel of iets knoeien. Tussen de doofblinde persoon en de begeleider is het belangrijk om afspraken te maken, voorbeelden hiervan zijn het maken van afspraken over de communicatievorm. Ook kunnen er afspraken gemaakt over bepaalde signalen, bijvoorbeeld als een doofblinde persoon in een vertrouwelijk gesprek is. Ook kan dit handig zijn in geval een noodsituatie als de doofblinde persoon snel in veiligheid gebracht moet worden.

Een ander aspect van de omgang met doofblinde mensen is de intieme sfeer en nabijheid. In de communicatie met doofblinde mensen is er een ander contact dan wat we gewend zijn in Nederland. Het nauwe lichaamscontact, waarbij aanraking een voorwaarde is, is misschien in het begin vreemd. Hou hiermee rekening in de omgang met doofblinde mensen. Het gebruik van geuren en aanrakingen is normaal in omgang. Doordat geheel of gedeeltelijk het gezichtvermogen is beperkt of verdwenen zijn doofblinde mensen zich meer bewust van veranderingen in de lucht, trillingen, geuren etc. Sommige doofblinde mensen herkennen iemand aan de lichaamsgeur. Voor veel doofblinde mensen is de geur van sigarettenrook onaangenaam. Aanraking is vanzelfsprekend en voor de doofblinde persoon zelfs aangenaam, zo heeft hij contact met andere, de wereld om zich.

Belangrijk ten slotte is dat ondanks het feit dat de doofblinde persoon vaak hulpbehoevend is en afhankelijk is van andere mensen voor het gevoel van eigenwaarde van de doofblinde persoon hem niets uit hand te nemen, wat hij zelf kan doen. Dat geldt ook voor het maken van beslissingen. Een begeleider kan zoveel mogelijk informatie aandragen, maar het is aan de doofblinde persoon zelf om de beslissing daarover te nemen.