• A
  • A
  • A
  • A
  • A
  • ZWART op GEEL
  • WIT op BLAUW
  • WIT op ZWART
  • normale kleuren

Nieuws

Gebarentaal op leven en dood

5 december 2007

 

Artsen weten veel te weinig van gebarentaal, zegt hoogleraar Anne Baker. Soms kan dat levens kosten, vertelt ze aan Marc Kruyswijk.

Ongeveer een jaar geleden reed Anne Baker mee met een medicus, met wie ze toevallig aan de praat raakte over gebarentaal. Toen ze de arts vertelde dat ook doofblinde kinderen met gebarentaal kunnen communiceren, zette hij subiet de auto stil en belde met zijn ziekenhuis. Op het nippertje kon de arts voorkomen dat het leven van een pasgeborene, die blind en doof ter wereld was gekomen, zou worden beëindigd.

Anne Baker, hoogleraar Nederlandse Gebarentaal aan de Universiteit in Amsterdam, emotioneel: “Het was puur toeval. Had ik die dag niet bij die arts in de auto gezeten, dan had dat kindje nu misschien niet meer geleefd”.

Vierhandengebarentaal, waarbij doofblinde mensen losjes de handen van hun gesprekspartner vasthouden, is relatief onbekend, terwijl het even effectief is als gewone gebarentaal:”Je kunt voelen wat de ander gebaart. De meeste gebaren zijn op deze manier even duidelijk te voelen als ze normaal gesproken kunnen worden gezien. Alleen voor gebaren waarbij het mondbeeld ook erg belangrijk is, wordt een aangepast gebaar gebruikt.”

Baker kan er niet over uit. Ze laakt de tunnelvisie van veel artsen en het gebrek aan kennis. “Ze horen te weten dat een vierhanden systeem bestaat.” Ze pleit ervoor dat psycholinguïstiek en basisinformatie over gebarentalen tijdens het eerste deel van de opleiding wordt gegeven aan huisartsen, psychologen, audiologen en maatschappelijk werkers in spé.

Er is in zijn algemeenheid nog steeds te weinig kennis over gebarentalen, betoogt Baker. “Nog steeds denken de meeste mensen dat gebarentaal een halve taal is, waarbij er ergens informatie verloren gaat, dat nuances verdwijnen, maar dat is niet waar. Je kunt je zo precies als maar mogelijk is, uitdrukken in een gebarentaal. Hetzelfde geldt voor vierhandengebaren, alleen gaat dat langzamer”. De gebrekkige kennis kan levens kosten, maar heeft ook gevolgen voor de maatschappelijke positie van doven in doofblinden in het algemeen, zegt Baker. Er moet in het onderwijs meer in dove leerlingen worden geïnvesteerd. En er moet duidelijkheid komen over het aantal uren dat dove mensen gebruik kunnen maken van doventolken. Realiseer je hoe vaak je die nodig kan hebben. Soms worden tolkuren ‘gespaard‘ voor noodgevallen. Veel dove mensen zijn als de dood dat ze ergens zonder komen te zitten. Dat kun je mensen niet aandoen.”

Anne Baker (1948) geboren Engelse, studeerde Frans en Duits aan de Universiteit van Keele en promoveerde in 1975 aan de Universiteit van York. Sinds 1988 is ze hoogleraar Psycholinguïstiek, Taalpathologie en Nederlandse Gebarentaal aan de Universiteit van Amsterdam.